|
Vraagstukken oplossen
Als toepassing van actief leren geven we 12 stappen bij het oplossen van vraagstukken bij exacte vakken. Nog even dit: ervaren probleemoplossers gebruiken 70% van de tijd aan oriëntatie en omwerking. De uitwerking neemt maar 30% in beslag. Onervaren probleemoplossers beginnen vrijwel direct aan de uitwerking.
Oriëntatie
- Waar gaat het vraagstuk globaal over?
- Welke onderwerpen (hoofdstukken) uit het boek horen hierbij?
- Wat staat er in de foto’s, in grafieken etc. van de opgave?
- Hoe werkt het apparaat, de opstelling etc?
- Onder welke omstandigheden werkt het apparaat, de opstelling etc?
- Heb ik al opgaven gemaakt die hier op lijken?
- noteer de gegevens of onderstreep ze?
Omwerking
- Formuleer de vraag in eigen woorden
- Schrijf de betrokken formules op (N vergelijkingen met N onbekenden)
- Zoek de benodigde gegevens bijelkaar. Soms zijn gegevens indirect gegeven in grafieken of moet je weten waar ze in een tabellenboek te vinden zijn.
Uitwerking
- Vul de gegevens in de formules in in de goede eenheden en reken het antwoord uit.
De laatste stap hoort een standaard probleem te zijn.
|